Notebomen en appels

Notebomen en appels

– dinsdag 23 juni 2020 –

In de Périgord Noir zien we veel plantages met walnoten- en appelbomen. De walnotenbomen zijn laat in blad. Pas als alle andere bomen groen zijn verschijnen de knoppen van de bladeren. Het zijn enorme velden vol, keurig in rijtjes. Vroeg in het voorjaar een prachtig gezicht met de bloeiende paardenbloemen eronder. Het bladerdak is niet zwaar. Je kunt er heerlijk onder zitten zonder dat het erg donker is. De vruchten zijn nog lichtgroen, glad en ongeveer vier à vijf centimeter groot. Als je ze doorsnijdt, zie je een lichtgroene binnenkant met de contouren van wat later de harde schil en de zachtere binnenkant wordt. Mooi om te zien. Gek genoeg zijn de walnoten in de supermarkten en andere winkels hier duur. Er wordt voornamelijk olie van geperst.
De appelboomgaarden vormen een ander verhaal. Die worden tegen de vorst en insecten beschermd met witte netten. Die zijn permanent aanwezig, maar niet altijd uitgevouwen. Je ziet dus altijd enorme rijen appelboompjes met witten netten ernaast of eroverheen. Een rotgezicht, vinden wij. Om die reden zijn er een paar leuke huizen, die uitzicht hadden op dit soort appelboomgaarden, in onze prullenbak beland. Van de appels wordt sap geperst voor cider, azijn en gewoon appelsap.

In februari en maart hadden we vaak zonnig, warm weer. In april echter begon het veel te regenen en in mei en juni zette dat door. Terwijl er in Nederland Franse temperaturen gemeten werden, kregen wij te maken met Nederlands weer. Maar ook de mistflarden en de buien leverden soms mooie uitzichten. We hebben geregeld de kachel(s) aan moeten doen in de avond.
Tijdens zo’n grijze dag maken we een autotocht en zetten we de auto aan de kant van de weg om een stukje te lopen met Pluto. Een zompig tractorpad licht op de scheiding van bos en heuvelige weilanden. Gelukkig zijn onze wandelschoenen waterdicht. Na een paar honderd meter zien we een oude, groen uitgeslagen caravan achter de bomen. Wat resten van een soort kampement, een overwoekerde gastank en zelfs een oude wastafel. Even verder zien we een stuk van een boomstam met prikkeldraad erdoor. We staan er een tijdje naar te staren, zonder te begrijpen hoe dit kon ontstaan. Wie het weet mag het zeggen! Thuis gekomen maken we courgettekoekjes met maïs en knoflooksaus.

In de afgelopen tijd zien we geregeld een stel vinken in de tuin. Leuke, kleurige vogeltjes. Vooral meneer vink is niet bang en komt vaak, een meter van Pluto af, zijn broodkruimeltjes oppikken. Als er niets meer te vinden is naar zijn zin, komt hij telkens kwetterend over het gras vliegen. ’s Ochtends vroeg hoor ik hem al tegen het raam tikken als we nog niet eens beneden zijn. Meneer zit dan op het richeltje van het venster en kijkt nieuwsgierig naar binnen. Ook kwam hij eens bij Antoine door het keukenraam naar binnen om in de wok te springen! Daarin heeft hij zich rondgewenteld zodat de nasi alle kanten opging. Een paar dagen later hoorden we lawaai bij ons in de keuken. “Wat doet Pluto met zijn etensbak?”, vroeg ik aan Martijn. “Pluto is buiten”, was zijn antwoord. En ja hoor, meneer vink was zich aan het badderen in de waterbak van de hond…
De meest gehoorde vogel is hier overigens de koekoek.

Tijdens een zeldzame aanval van zeer vroege ochtendfitheid ziet Martijn door het raam beweging op het gras bij het huisje aan de overkant. Het zijn twee reeën, moeder en kind. We zien hier geregeld reeën, maar deze voelen zich onbekeken en grazen rustig een half uurtje. Het kleintje rent af en toe springend op en neer over het grasveld en gaat soms even drinken bij de moeder. Een vertederend tafereel.

Onlangs kregen we nog twee tips van huizen die te koop staan in de buurt. Samen met Antoine, onze huisbaas, er naartoe. Na nog geen vijf kilometer rijden vonden we het huis, ooit aangekocht met de bedoeling er een bed & breakfast te beginnen. Men is begonnen met opknappen, maar zo te zien op een onkundige en onlogische manier. De ravage is behoorlijk en daarom voor ons niet interessant.
Het tweede huis is van buren van kennissen van kennissen. Tja, zo gaat dat vaak. We krijgen een telefoonnummer van de Engelse dame die naast het huis woont dat te koop staat. We maken met haar een afspraak om gewoon even te komen kijken naar de buitenkant en de locatie van het huis. Daar aangekomen, maken we kennis met een buitengewoon aardige vrouw die in een klein dorp vlakbij Voutezac woont. Ze legt uit dat de eigenaresse van het huis, ver over de negentig jaar, opgenomen is in een verpleeghuis. Haar zoon biedt het huis te koop aan. We vinden het mooi. Oud, maar zeker geen bouwval. Helaas heeft het veel trappen. Zelfs om in het huis te komen, moeten we al twaalf gladde stenen treden op. Bovendien staat het huis stijf ingeklemd tussen buurhuizen en willen wij graag de ruimte. We besluiten ons bezoek met Engelse thee aan de keukentafel van de buurvrouw, die ons graag als buren zou willen, zo zei ze!

Marianne

buitenhuis met luchtige badkamer
ree met kalf in de tuin
ra-ra, hoe kan dit?
het zwembad bij ons huurhuis is weer open!
vorig verhaalvolgend verhaal

Don`t copy text!